Citaat | Hoge Raad 3 mei 2002
Alinea 58 Hoge Raad 3 mei 2002
Een alinea uit Hoge Raad 3 mei 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD9618.
Aan het voorgaande moet worden toegevoegd - met het oog op de positie van de schuldenaar - dat de schuldeiser van een voorwaardelijke vordering bij gemotiveerde betwisting door de schuldenaar, aannemelijk dient te maken dat een voldoende concrete kans bestaat dat de voorwaarde wordt vervuld en de vordering opeisbaar wordt en dat in dat geval, het verhaal wordt benadeeld door de gewraakte rechtshandeling.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/63d38f6c77e273b2c6d94b472b00c91bdea15a030ad4860b7b557c4c7c4b4fe7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 63d38f6c77e273b2c6d94b472b00c91bdea15a030ad4860b7b557c4c7c4b4fe7, en de alinea staat in dat document op bytes 15683 tot 16103.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/63d38f6c77e273b2c6d94b472b00c91bdea15a030ad4860b7b557c4c7c4b4fe7 | shasum -a 256