Citaat | Hoge Raad 3 mei 2002

Alinea 61 Hoge Raad 3 mei 2002

Een alinea uit Hoge Raad 3 mei 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD9618.

Op grond van de strekking van genoemde bepalingen zal in tegenstrijdig-belangsituaties van het bestuur mogen worden verwacht dat het de verschillende belangen gescheiden houdt en dat het zo veel mogelijk zorgvuldigheid en openheid betracht. Indien een vennootschap, zoals in het onderhavige geval Sundat, geen raad van commissarissen heeft, is de algemene vergadering van aandeelhouders ingevolge de tweede volzin van art. 124 WvKNA (art. 2:146 BW) bevoegd om in gevallen van tegenstrijdig belang een bijzondere vertegenwoordiger aan te wijzen. Deze bepaling is van dwingend recht. Gezien de reeds gereleveerde strekking van genoemde bepalingen, zal in het algemeen op het bestuur de plicht rusten om de algemene vergadering zo tijdig te informeren over de aanwezigheid van een tegenstrijdig belang, dat zij in de gelegenheid is haar bevoegdheid uit te oefenen. Wordt nagelaten deze informatie te verschaffen, dan kan een door het bestuur in een dergelijk geval genomen besluit op vordering van iedere belanghebbende, onder wie de aandeelhouder, in rechte worden vernietigd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/63d38f6c77e273b2c6d94b472b00c91bdea15a030ad4860b7b557c4c7c4b4fe7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 63d38f6c77e273b2c6d94b472b00c91bdea15a030ad4860b7b557c4c7c4b4fe7, en de alinea staat in dat document op bytes 17319 tot 18406.