Citaat | Hoge Raad 3 mei 2002
Alinea 62 Hoge Raad 3 mei 2002
Een alinea uit Hoge Raad 3 mei 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD9618.
3.5.3 De onderdelen II 1 en II 2 lenen zich voor gezamenlijke behandeling. Zij betogen terecht dat het Hof bij de beoordeling van de vordering onvoldoende onderscheid heeft gemaakt tussen enerzijds de vordering met betrekking tot het bestuursbesluit en anderzijds die met betrekking tot de gesloten overeenkomst. Weliswaar kan slechts de vertegenwoordigde vennootschap de nietigheid van de overeenkomst inroepen op grond van veronachtzaming van een beperking van de vertegenwoordigingsbevoegdheid als de onderhavige, maar deze regel geldt niet ten aanzien van het bestuursbesluit dat ten grondslag ligt aan de overeenkomst. De nietigheid van een zodanig bestuursbesluit kan door iedere belanghebbende worden ingeroepen. Het Hof had dan ook dienen te onderzoeken of de door [eiseres], aandeelhoudster van Sundat, gestelde tegenstrijdigheid tussen het belang van bestuurder [betrokkene A] (en diens zonen) en het belang van Sundat zich voordeed.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/63d38f6c77e273b2c6d94b472b00c91bdea15a030ad4860b7b557c4c7c4b4fe7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 63d38f6c77e273b2c6d94b472b00c91bdea15a030ad4860b7b557c4c7c4b4fe7, en de alinea staat in dat document op bytes 18463 tot 19420.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/63d38f6c77e273b2c6d94b472b00c91bdea15a030ad4860b7b557c4c7c4b4fe7 | shasum -a 256