Citaat | Hoge Raad 3 mei 2002
Alinea 65 Hoge Raad 3 mei 2002
Een alinea uit Hoge Raad 3 mei 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD9618.
In eerste aanleg heeft Joral gesteld dat de managementovereenkomst een formalisering was van een reeds bestaande situatie. Door [eiseres] is dit echter expliciet bestreden; zo heeft zij gesteld dat de overeenkomst erop was gericht om in het vooruitzicht van het overlijden van [betrokkene A], nog meer geld uit Sundat te halen, dat het opnemen van terugwerkende kracht diende om de overeenkomst geloofwaardig te maken, dat het toegekende salaris excessief was en gezien de financiële positie van Sundat niet te verantwoorden. 's Hofs oordeel in rov. 10 dat [eiseres] de stelling van Joral niet gemotiveerd heeft betwist, is dan ook onbegrijpelijk. De desbetreffende klacht slaagt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/63d38f6c77e273b2c6d94b472b00c91bdea15a030ad4860b7b557c4c7c4b4fe7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 63d38f6c77e273b2c6d94b472b00c91bdea15a030ad4860b7b557c4c7c4b4fe7, en de alinea staat in dat document op bytes 19860 tot 20555.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/63d38f6c77e273b2c6d94b472b00c91bdea15a030ad4860b7b557c4c7c4b4fe7 | shasum -a 256