Citaat | Hoge Raad 3 mei 2002
Alinea 69 Hoge Raad 3 mei 2002
Een alinea uit Hoge Raad 3 mei 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD9618.
Onderdeel III 2 betoogt dat het Hof niet ambtshalve had mogen oordelen dat de aard van het onderhavige geschil meebrengt dat het rechtens noodzakelijk is dat ten aanzien van zowel Sundat als Joral dezelfde beslissing wordt genomen. Het onderdeel faalt. Wanneer een van de partijen die in eerste aanleg aan dezelfde zijde stonden in hoger beroep gaat, dient de rechter in hoger beroep, indien sprake is van een processueel ondeelbare rechtsverhouding, aan zijn uitspraak ook gelding te verlenen ten opzichte van de niet in beroep gekomen partij. Dit vloeit voort uit de bevoegdheid van een in eerste aanleg in het ongelijk gestelde partij om gebruik te maken van de mogelijkheid tot een hogere voorziening, ongeacht de houding van haar mede-partij (HR 5 januari 1962, NJ 1962, 141).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/63d38f6c77e273b2c6d94b472b00c91bdea15a030ad4860b7b557c4c7c4b4fe7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 63d38f6c77e273b2c6d94b472b00c91bdea15a030ad4860b7b557c4c7c4b4fe7, en de alinea staat in dat document op bytes 21197 tot 21991.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/63d38f6c77e273b2c6d94b472b00c91bdea15a030ad4860b7b557c4c7c4b4fe7 | shasum -a 256