Citaat | Hoge Raad 22 februari 2002

Alinea 31 Hoge Raad 22 februari 2002

Een alinea uit Hoge Raad 22 februari 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD9688.

3.2. Bij de beoordeling van het middel is het volgende van belang. Onder de in 3.1.1 en 3.1.2 vermelde omstandigheden dient de onteigeningsrechter, naar de Rechtbank kennelijk in overeenstemming met het standpunt van partijen en in het licht van de arresten van de Hoge Raad van 22 november 1978, Staat/Matser, NJO 1979, 1, en van 18 juni 1980, Staat/Markus, NJO 1980, 7, terecht tot uitgangspunt heeft genomen, bij de vaststelling van de schadeloosstelling niet alleen de voor- en nadelen teweeggebracht door het werk waarvoor onteigend wordt buiten beschouwing te laten, maar ook de voor- en nadelen die het gevolg zijn van de omstandigheid dat de geldende planologische bestemming van het onteigende is gewijzigd van agrarische doeleinden in verkeersbestemmingen. Daaruit volgt dat in beginsel bij het bepalen van de waarde van het onteigende moet worden uitgegaan van de prijs die bij een onderstelde koop in het vrije commerciële verkeer tussen de onteigende als redelijk handelende verkoper en de onteigenaar als redelijk handelende koper tot stand zou komen voor het onteigende als grond met een agrarische bestemming. Niettemin kan aanleiding bestaan voor een hogere waardering, indien ten aanzien van het onteigende de verwachting bestaat dat daarop, de bestemming tot weg opnieuw weggedacht, in de toekomst woningbouw of andere waardeverhogende activiteiten mogelijk zullen worden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ab52ceb9579389ad025df56cf9be9047ce8e62ea27ebdf1f3b7b8dd55323b732. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ab52ceb9579389ad025df56cf9be9047ce8e62ea27ebdf1f3b7b8dd55323b732, en de alinea staat in dat document op bytes 8618 tot 10023.