Citaat | Hoge Raad 1 maart 2002
Alinea 44 Hoge Raad 1 maart 2002
Een alinea uit Hoge Raad 1 maart 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD9708.
3.2.4. Het middel slaagt evenwel voorzover het aan het Hof verwijt dat het de stelling onbesproken heeft gelaten dat zo hier sprake was van een vergoeding voor diensten dit betrof management- en marketingwerkzaamheden ten behoeve van de vaste inrichting van belanghebbende, verricht door een in België gevestigde concern-vennootschap, en dat daarop de hoofdregel van artikel 6, lid 1, van de Wet omtrent de plaats waar de dienst wordt verricht van toepassing is, zodat artikel 12, lid 3, van de Wet niet aan de orde komt. Belanghebbende heeft in haar pleitnota voor het Hof onder verwijzing naar het arrest van de Hoge Raad van 26 augustus 1998, nr. 33595, BNB 1999/302, dit punt uitdrukkelijk aan de orde gesteld en uit 's Hofs uitspraak blijkt niet dat het Hof hieraan aandacht heeft besteed.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/20c5ca45fe4125c001ccc449e89cee0837f4557e2aa717ee4be9b73c61996c29. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 20c5ca45fe4125c001ccc449e89cee0837f4557e2aa717ee4be9b73c61996c29, en de alinea staat in dat document op bytes 11348 tot 12156.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/20c5ca45fe4125c001ccc449e89cee0837f4557e2aa717ee4be9b73c61996c29 | shasum -a 256