Citaat | Hoge Raad 18 oktober 2002
Alinea 24 Hoge Raad 18 oktober 2002
Een alinea uit Hoge Raad 18 oktober 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD9787.
4.1.7. Met betrekking tot de hiervóór in 4.1.5 vermelde levering van de RWZI hebben belanghebbende en de stichting op de voet van artikel 11, lid 1, aanhef en letter a, aanhef en sub 2, van de Wet een gezamenlijk verzoek aan de Inspecteur gedaan om toepassing van de uitzondering op de vrijstelling voor de levering van onroerende zaken. Ervan uitgaande dat daardoor deze levering onderworpen was aan de heffing van omzetbelasting, heeft belanghebbende het naar zijn mening voor herziening in aanmerking komende bedrag aan omzetbelasting dat ter zake van de bouw van de RWZI aan belanghebbende in rekening is gebracht, met inachtneming van artikel 13a, lid 1, aanhef en letter b, van de Uitvoeringsbeschikking omzetbelasting 1968 (hierna: de Uitvoeringsbeschikking), welke bepaling is gebaseerd op artikel 20, lid 3, eerste alinea, van de Zesde richtlijn, becijferd op ƒ 3.572.107, zijnde vijf tiende van ƒ 7.144.214. Belanghebbende heeft bij zijn aangifte voor de omzetbelasting over het vierde kwartaal 1994 bij de Inspecteur het verzoek gedaan om een teruggaaf van ƒ 3.566.248. In de aangifte is begrepen het hiervóór vermelde bedrag van ƒ 3.572.107 aan belasting.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bd39a05725d3770ac8c12a5a4af6270562cbfbc70b98c17b4e8acb75c51f4e25. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bd39a05725d3770ac8c12a5a4af6270562cbfbc70b98c17b4e8acb75c51f4e25, en de alinea staat in dat document op bytes 9773 tot 10961.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bd39a05725d3770ac8c12a5a4af6270562cbfbc70b98c17b4e8acb75c51f4e25 | shasum -a 256