Citaat | Hoge Raad 18 oktober 2002

Alinea 26 Hoge Raad 18 oktober 2002

Een alinea uit Hoge Raad 18 oktober 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD9787.

4.2.1. Het middel verzet zich onder meer tegen het oordeel van het Hof, dat belanghebbende de levering van de RWZI niet in het kader van de onderneming heeft verricht, zodat reeds op die grond een herziening van de aftrek van de voorbelasting niet aan de orde kan komen, met een betoog dat erop neerkomt dat belanghebbende de RWZI heeft geleverd als belastingplichtige in de zin van de Zesde richtlijn en derhalve als ondernemer in de zin van de Wet en dat daardoor herziening van de door hem ter zake van de bouw en oplevering van de RWZI betaalde omzetbelasting moet plaatsvinden. Daarbij wijst het middel mede op artikel 3, aanhef en letter a, van de Uitvoeringsbeschikking waarin is bepaald dat publiekrechtelijke lichamen met betrekking tot de levering van onroerende zaken als ondernemer worden aangemerkt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bd39a05725d3770ac8c12a5a4af6270562cbfbc70b98c17b4e8acb75c51f4e25. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bd39a05725d3770ac8c12a5a4af6270562cbfbc70b98c17b4e8acb75c51f4e25, en de alinea staat in dat document op bytes 11338 tot 12163.