Citaat | Hoge Raad 18 oktober 2002
Alinea 30 Hoge Raad 18 oktober 2002
Een alinea uit Hoge Raad 18 oktober 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD9787.
4.3.1. Het middel gaat voorts ervan uit dat, zo belanghebbende de levering als belastingplichtige en als ondernemer heeft verricht, de indertijd ter zake van de bouw en oplevering aan hem in rekening gebrachte omzetbelasting op de voet van artikel 15, lid 6, van de Wet in samenhang met de artikelen 11 tot en met 14 van de Uitvoeringsbeschikking - in het bijzonder artikel 13a - en artikel 20 van de Zesde richtlijn, waarop vermeld artikel 13a is gegrond, voor herziening in aanmerking komt, nu hij samen met de koper van de RWZI een verzoek om ontheffing van de vrijstelling voor de levering van onroerende zaken heeft gedaan als bedoeld in artikel 11, lid 1, aanhef en letter a, aanhef en sub 2 (tekst tot 31 maart 1995 te 18.00 uur), welke bepaling is gegrond op artikel 13, C, aanhef en letter b, van de Zesde richtlijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bd39a05725d3770ac8c12a5a4af6270562cbfbc70b98c17b4e8acb75c51f4e25. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bd39a05725d3770ac8c12a5a4af6270562cbfbc70b98c17b4e8acb75c51f4e25, en de alinea staat in dat document op bytes 14245 tot 15083.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bd39a05725d3770ac8c12a5a4af6270562cbfbc70b98c17b4e8acb75c51f4e25 | shasum -a 256