Citaat | Hoge Raad 18 oktober 2002

Alinea 38 Hoge Raad 18 oktober 2002

Een alinea uit Hoge Raad 18 oktober 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD9787.

4.4.3. In het middel wordt voorts betoogd dat het Hof ten onrechte heeft geoordeeld dat belanghebbende ervan heeft afgezien en ervan heeft kunnen afzien de RWZI, inclusief de daarvan deel uitmakende kamerfilterpers, tot het ondernemingsvermogen te rekenen. Volgens het middel vloeit uit artikel 4, lid 5, van de Zesde richtlijn voort dat de bedrijfsmiddelen van een publiekrechtelijk lichaam als belanghebbende in beginsel alle tot het ondernemingsvermogen behoren en dat slechts bij uitzondering een bedrijfsmiddel niet tot het ondernemingsvermogen valt te rekenen, te weten op grond van het feitelijke gebruik voor overheidshandelingen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bd39a05725d3770ac8c12a5a4af6270562cbfbc70b98c17b4e8acb75c51f4e25. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bd39a05725d3770ac8c12a5a4af6270562cbfbc70b98c17b4e8acb75c51f4e25, en de alinea staat in dat document op bytes 19901 tot 20553.