Citaat | Hoge Raad 6 december 2002

Alinea 17 Hoge Raad 6 december 2002

Een alinea uit Hoge Raad 6 december 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD9837.

3.2. Rechtsoverweging 5.2 van de in cassatie bestreden uitspraak berust klaarblijkelijk op het uitgangspunt dat de gemeente de brief van belanghebbende van 27 oktober 2000 op de voet van artikel 6:15, lid 1, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) zo spoedig mogelijk als beroepschrift had moeten doorzenden aan het Hof. Dit oordeel van het Hof is in cassatie niet bestreden. Het Hof gaat voorts kennelijk ervan uit dat, omdat het verzuim van de gemeente om het beroepschrift door te zenden niet ten nadele van belanghebbende mag strekken, de door belanghebbende zelf bij zijn beroepschrift van 11 december 2000 aan het Hof meegezonden kopie van de brief van 27 oktober 2000 moet worden aangemerkt als een overeenkomstig artikel 6:15 van de Awb doorgezonden beroepschrift, waarop het beroepschrift van 11 december 2000 een aanvulling vormt, en dat geacht moet worden te zijn ingediend bij het Hof twee weken na binnenkomst bij de gemeente. Deze oordelen zijn juist (vgl. HR 2 februari 2000, nr. 34437, BNB 2000/132).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b28bb4fce447ed2c75b4daf97aae39c82e5fe2d4abd5bff453a96466749d1fbb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b28bb4fce447ed2c75b4daf97aae39c82e5fe2d4abd5bff453a96466749d1fbb, en de alinea staat in dat document op bytes 7125 tot 8165.