Citaat | Hoge Raad 6 december 2002

Alinea 19 Hoge Raad 6 december 2002

Een alinea uit Hoge Raad 6 december 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD9837.

De tegen dit oordeel gerichte klacht treft doel. Het Hof is bij dat oordeel uitgegaan van 9 november 2000 als laatste dag van de beroepstermijn. Dat is op zichzelf juist. Echter, als belanghebbende haar brief van 27 oktober 2000 per post aan de gemeente heeft verzonden en vóór het einde van de beroepstermijn ter post heeft bezorgd, is ingevolge artikel 6:9, lid 2, van de Awb het beroepschrift tijdig ingediend indien het niet later dan een week na afloop van de beroepstermijn, dus in het onderhavige geval niet later dan 16 november 2000 door het Hof is ontvangen. Over de wijze van verzending en het tijdstip van eventuele terpostbezorging van de meervermelde brief heeft het Hof evenwel niets vastgesteld. Het Hof heeft evenmin vastgesteld op welke dag de brief van belanghebbende van 27 oktober 2000 bij de gemeente is binnengekomen. De mogelijkheid bestaat dat het tijdstip waarop die brief op de voet van het hiervoor vermelde arrest van de Hoge Raad moet worden geacht bij het Hof als beroepschrift te zijn ingekomen, te weten twee weken na binnenkomst bij de gemeente, niet later ligt dan 16 november 2000. In dat geval zou, als de brief van belanghebbende per post aan de gemeente is verzonden, het beroepschrift gelet op het vorenoverwogene nog tijdig kunnen zijn ingediend.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b28bb4fce447ed2c75b4daf97aae39c82e5fe2d4abd5bff453a96466749d1fbb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b28bb4fce447ed2c75b4daf97aae39c82e5fe2d4abd5bff453a96466749d1fbb, en de alinea staat in dat document op bytes 8422 tot 9724.