Citaat | Hoge Raad 1 maart 2002
Alinea 47 Hoge Raad 1 maart 2002
Een alinea uit Hoge Raad 1 maart 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD9857.
3.11 Op grond van het bepaalde in art. 2:356, aanhef en onder d, moet in beginsel mogelijk geacht worden dat de Ondernemingskamer aangeeft dat tijdelijk in afwijking van de statuten bepaalde besluiten door de commissaris moeten worden goedgekeurd. Dat zal in het bijzonder het geval zijn wanneer zulks met het oog op het bestrijden van (de gevolgen van) gebleken wanbeleid noodzakelijk is. De Ondernemingskamer moet dan echter bepaaldelijk aangeven welke bevoegdheden zij op het oog heeft en van welke statutaire bepalingen daardoor tijdelijk wordt afgeweken. Zij heeft over dit een en ander niets overwogen. In zoverre slaagt onderdeel 5.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4624a9cd361e8d19db304c0f4798761253a4f49965220d2630b25568b3cf660c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4624a9cd361e8d19db304c0f4798761253a4f49965220d2630b25568b3cf660c, en de alinea staat in dat document op bytes 17162 tot 17814.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4624a9cd361e8d19db304c0f4798761253a4f49965220d2630b25568b3cf660c | shasum -a 256