Citaat | Hoge Raad 8 maart 2002

Alinea 18 Hoge Raad 8 maart 2002

Een alinea uit Hoge Raad 8 maart 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD9880.

3.2. Het middel strekt voorts ten betoge dat de aan de belastingplichtige aan wie een aanslag met verhoging is opgelegd, op grond van artikel 6 van het Europese Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: EVRM) en artikel 14 van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (hierna: IVBPR) toekomende rechten - in het bijzonder het recht op berechting door een onafhankelijke en onpartijdige rechter en het recht om te zwijgen en het recht om zichzelf niet te incrimineren - meebrengen dat hij zowel de aanslag als de uitspraak op het bezwaarschrift ongemotiveerd aan een rechterlijk college moet kunnen voorleggen. Dienaangaande wordt het volgende overwogen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/495d5a111f9b3669b6d258c838612efded195796b20cdb7735a3b3b7369c05f7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 495d5a111f9b3669b6d258c838612efded195796b20cdb7735a3b3b7369c05f7, en de alinea staat in dat document op bytes 7413 tot 8154.