Citaat | Hoge Raad 8 maart 2002

Alinea 21 Hoge Raad 8 maart 2002

Een alinea uit Hoge Raad 8 maart 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD9880.

3.5. Bij de beantwoording van de vraag of (een) niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar omdat aan die eis niet is voldaan, in strijd is met het recht van de belastingplichtige om te zwijgen en het recht om zichzelf niet te incrimineren, moet worden vooropgesteld dat die rechten hun grond vinden, "inter alia, in the protection of the accused against improper compulsion by the authorities thereby contributing to the avoidance of miscarriages of justice and to the fulfilment of the aims of Article 6" (EHRM 17 december 1996, Saunders, nr. 43/1994/490/572, BNB 1997/254). Dit brengt mee dat de aanduiding van de gronden van het bezwaar in zaken waarin een verhoging aan de orde is, summier mag zijn en onder omstandigheden ook erin kan bestaan dat de belastingplichtige stelt het niet eens te zijn met de voor de verhoging gegeven gronden en daarbij stelt dat standpunt niet nader te kunnen motiveren zonder zichzelf te incrimineren.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/495d5a111f9b3669b6d258c838612efded195796b20cdb7735a3b3b7369c05f7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 495d5a111f9b3669b6d258c838612efded195796b20cdb7735a3b3b7369c05f7, en de alinea staat in dat document op bytes 8978 tot 9930.