Citaat | Hoge Raad 8 maart 2002

Alinea 25 Hoge Raad 8 maart 2002

Een alinea uit Hoge Raad 8 maart 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD9880.

3.9. Blijkens 's Hofs uitspraak heeft belanghebbende aangeboden E en H als getuigen te doen horen, indien het Hof daartoe de behoefte gevoelde. E zou, naar belanghebbende heeft gesteld volgens de aan het Hof voorbehouden vaststelling van wat er ter zitting is verklaard, een verklaring kunnen afleggen over wat er - mogelijk - met de originele stukken is gebeurd en H over zijn motieven om niet inhoudelijk op de zaak in te gaan. Het Hof heeft geoordeeld: dat wat E volgens belanghebbende zou kunnen verklaren niet van belang is nu belanghebbende het bezwaarschrift ook zonder de originele stukken had kunnen motiveren; dat wat H volgens belanghebbende zou kunnen verklaren omtrent zijn motieven om niet inhoudelijk op de zaak in te gaan, ook niet van belang is nu H in ieder geval eind 1996 een inhoudelijke reactie had kunnen geven. Tegen deze oordelen keert zich het vijfde middel zich tevergeefs. Het Hof heeft, daarvan uitgaande, het aanbod tot getuigenbewijs terecht als niet ter zake dienende verworpen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/495d5a111f9b3669b6d258c838612efded195796b20cdb7735a3b3b7369c05f7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 495d5a111f9b3669b6d258c838612efded195796b20cdb7735a3b3b7369c05f7, en de alinea staat in dat document op bytes 12252 tot 13275.