Citaat | Hoge Raad 8 maart 2002
Alinea 21 Hoge Raad 8 maart 2002
Een alinea uit Hoge Raad 8 maart 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD9899.
De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 21 februari 2001, nr. 35074, BNB 2001/160, geoordeeld dat het waardeverloop van een optieverplichting na de datum van toekenning geen invloed heeft op het fiscale resultaat, aangezien de houder van een optie op aandelen in de vennootschap die het optierecht heeft verleend, tot die vennootschap in een rechtsbetrekking staat die zodanig overeenkomt met die van aandeelhouder dat alle transacties tussen hem en die vennootschap op gelijke voet als geldt voor de aandeelhouder buiten de winstsfeer worden afgewikkeld. Ook indien, zoals in casu, de waardeverandering van de optieverplichting niet de vennootschap aangaat die het optierecht heeft verleend, maar een dochtervennootschap die moet worden aangemerkt als een met de optieverstrekkende vennootschap verbonden lichaam als bedoeld in het huidige artikel 10a, lid 4, van de Wet, heeft die waardeverandering geen invloed op het fiscale resultaat. Het middel faalt ook in zoverre.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/76dc4c16c389dea92cb53960fa85bd95d28a9ba8a8e04a71b1b0bdc0b9722f70. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 76dc4c16c389dea92cb53960fa85bd95d28a9ba8a8e04a71b1b0bdc0b9722f70, en de alinea staat in dat document op bytes 8110 tot 9094.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/76dc4c16c389dea92cb53960fa85bd95d28a9ba8a8e04a71b1b0bdc0b9722f70 | shasum -a 256