Citaat | Hoge Raad 25 juni 2002

Alinea 29 Hoge Raad 25 juni 2002

Een alinea uit Hoge Raad 25 juni 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD9964.

3.5. Zonder nadere motivering, die ontbreekt, valt evenwel niet in te zien hoe het Hof de omstandigheid dat de verdachte ontkent het feit gepleegd te hebben heeft meegewogen bij zijn oordeel dat de noodzaak tot het onderwerpen van de getuige [getuige 2] aan een studioverhoor niet is gebleken. In zoverre is het middel derhalve gegrond.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4012e8938dfeae5ad2474e2e2f860a04e5c4e612c3dba82310d2fe2b6c7edfae. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4012e8938dfeae5ad2474e2e2f860a04e5c4e612c3dba82310d2fe2b6c7edfae, en de alinea staat in dat document op bytes 8927 tot 9276.