Citaat | Hoge Raad 16 april 2002

Alinea 21 Hoge Raad 16 april 2002

Een alinea uit Hoge Raad 16 april 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE0055.

"Naar het oordeel van het hof is het tijdsverloop tussen het moment waarop verdachte als zodanig door opsporingsambtenaren werd gehoord (respectievelijk 24 februari 1996 en 6 november 1996) en de behandeling van de zaak in eerste aanleg d.d. 3 februari 1999, zodanig dat niet meer gezegd kan worden dat de behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden binnen een redelijke termijn als bovenbedoeld. Zulks dient evenwel niet tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in zijn vervolging te leiden omdat, in aanmerking genomen de ernst van het tenlastegelegde en de mate van overschrijding van die termijn in het onderhavige geval, het belang dat de gemeenschap nog behoudt bij normhandhaving door berechting dient te prevaleren boven het belang dat de verdachte heeft bij verval van het recht tot strafvervolging. Het hof acht het openbaar ministerie dan ook ontvankelijk in zijn vervolging, maar zal, indien aan alle overige voorwaarden voor bestraffing is voldaan, de overschrijding van bedoelde termijn verdisconteren in de strafmaat."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3e7b0eb37500077a505af0cd6b547d1a2d327c11efcc91eea7a7c847c4845dad. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3e7b0eb37500077a505af0cd6b547d1a2d327c11efcc91eea7a7c847c4845dad, en de alinea staat in dat document op bytes 6679 tot 7739.