Citaat | Hoge Raad 16 april 2002

Alinea 26 Hoge Raad 16 april 2002

Een alinea uit Hoge Raad 16 april 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE0055.

4.3. In geval van strafvermindering wegens overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM behoort de rechter in zijn uitspraak aan te geven in welke vorm of mate de straf is verlaagd. Dit betekent dat in de uitspraak ook vermeld dient te worden welke straf zou zijn opgelegd indien de redelijke termijn niet zou zijn overschreden (vgl. HR 3 oktober 2000, NJ 2000, 721, rov 3.23 onder b). Het Hof heeft verzuimd dat te doen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3e7b0eb37500077a505af0cd6b547d1a2d327c11efcc91eea7a7c847c4845dad. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3e7b0eb37500077a505af0cd6b547d1a2d327c11efcc91eea7a7c847c4845dad, en de alinea staat in dat document op bytes 8640 tot 9109.