Citaat | Hoge Raad 16 april 2002

Alinea 27 Hoge Raad 16 april 2002

Een alinea uit Hoge Raad 16 april 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE0055.

4.4. De verdachte heeft op 18 oktober 1999 beroep in cassatie ingesteld. De zaak is ter terechtzitting van de Hoge Raad van 6 november 2001 voor de eerste maal behandeld, hetgeen ertoe leidt dat de Hoge Raad uitspraak doet nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM in de cassatiefase is overschreden. Dit moet leiden tot strafvermindering. Aangezien slechts een voorwaardelijke gevangenisstraf van korte duur is opgelegd, zal de Hoge Raad in het onderhavige geval volstaan met vermindering van de door het Hof vastgestelde proeftijd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3e7b0eb37500077a505af0cd6b547d1a2d327c11efcc91eea7a7c847c4845dad. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3e7b0eb37500077a505af0cd6b547d1a2d327c11efcc91eea7a7c847c4845dad, en de alinea staat in dat document op bytes 9129 tot 9796.