Citaat | Hoge Raad 15 maart 2002

Alinea 37 Hoge Raad 15 maart 2002

Een alinea uit Hoge Raad 15 maart 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE0155.

3.2.1 In de onderhavige procedure heeft de Staat veroordeling van [erflater] gevorderd tot betaling van een bedrag van ƒ 345.000,-- alsmede van een bedrag van ƒ 3.396, -, te vermeerderen met de wettelijke rente. [Erflater] was volgens de Staat blijkens het hiervoor in 3.1 onder (iii) genoemde rapport verrijkt met het verschil tussen de waarde van het terrein vóór en na de sanering ad ƒ 345.000,--. Aangezien de saneringskosten hoger waren, maakte de Staat aanspraak op het gehele bedrag van de verrijking. De Staat beriep zich daartoe op het bepaalde in art. 75 lid 3 van de Wet bodembescherming (in werking getreden op 15 mei 1994), volgens welke bepaling de kosten van onderzoek en sanering conform de regels met betrekking tot ongerechtvaardigde verrijking ten laste van [erflater] zouden dienen te komen. Ook de kosten van de taxatie van het terrein ad ƒ 3.396,-- dienden volgens de Staat door [erflater] te worden betaald.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bd14861fdfe090a66a110cedafd57fb0373dfb2af7638ee307b5bf74c4aa4c50. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bd14861fdfe090a66a110cedafd57fb0373dfb2af7638ee307b5bf74c4aa4c50, en de alinea staat in dat document op bytes 9484 tot 10434.