Citaat | Hoge Raad 15 maart 2002

Alinea 38 Hoge Raad 15 maart 2002

Een alinea uit Hoge Raad 15 maart 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE0177.

3.2 Het Gerecht in Eerste Aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Sint Maarten, heeft in zijn eindvonnis de vorderingen in conventie en in reconventie afgewezen. Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba heeft dit vonnis op het door [eiser] daartegen ingestelde hoger beroep bevestigd op de grond dat door [eiser] geen grieven zijn aangevoerd tegen het vonnis van de eerste rechter en dat daartegen ook ambtshalve geen bedenkingen bestaan. Het heeft daartoe het volgende overwogen. Het bepaalde in art. 271 lid 3 RvNA brengt mee dat de memorie van grieven te laat in het geding is gebracht. Het moet ervoor worden gehouden dat deze niet is ingediend. Dit leidt ertoe dat op de voet van art. 277 RvNA de gemachtigde van [eiser] niet bevoegd is geweest om pleitaantekeningen in het geding te brengen. Ook op de inhoud daarvan mag dus geen acht worden geslagen. Het Hof overweegt ten overvloede dat dit laatste geen schending van enig beginsel van behoorlijk procesrecht oplevert, nu immers ook [verweerder] c.s. van het recht op pleidooi geen gebruik hebben gemaakt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/52ce63f0281daf6709a7718ea8bb9e78139f402926342db398600522b56ea9f3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 52ce63f0281daf6709a7718ea8bb9e78139f402926342db398600522b56ea9f3, en de alinea staat in dat document op bytes 8171 tot 9294.