Citaat | Hoge Raad 15 maart 2002
Alinea 42 Hoge Raad 15 maart 2002
Een alinea uit Hoge Raad 15 maart 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE0177.
Het is gegrond, reeds omdat – nu de memorie van grieven tijdig in het geding is gebracht – [eiser] bevoegd was op de voet van art. 277 RvNA in het algemeen register een aantekening te doen houden dat hij wilde dat de zaak ter terechtzitting van het Hof door een advocaat zou worden bepleit en pleitaantekeningen in het geding te brengen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/52ce63f0281daf6709a7718ea8bb9e78139f402926342db398600522b56ea9f3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 52ce63f0281daf6709a7718ea8bb9e78139f402926342db398600522b56ea9f3, en de alinea staat in dat document op bytes 11235 tot 11589.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/52ce63f0281daf6709a7718ea8bb9e78139f402926342db398600522b56ea9f3 | shasum -a 256