Citaat | Hoge Raad 8 november 2002
Alinea 26 Hoge Raad 8 november 2002
Een alinea uit Hoge Raad 8 november 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE0287.
3.7. Met betrekking tot de betalingen van belanghebbende aan B heeft het Hof geoordeeld dat geen sprake is van een verplichting als bedoeld in zijn hiervoor in 3.3 weergegeven oordeel. Het heeft hiervoor redengevend geoordeeld dat bij het beëindigen van de samenleving tussen belanghebbende en B geen aanleiding is gevonden tot het afspreken van enige betaling op grond van een dringende morele verplichting, en dat tussen de beëindiging van de samenleving en de eerste door belanghebbende aan B gedane betaling in 1990 een belangrijk tijdsverloop bestaat. Aan de omstandigheid dat B geen haar passende betrekking kon vinden, komt, aldus het Hof, voor de hier aan de orde zijnde vraag geen doorslaggevende betekenis toe. Hiertegen keren zich de middelen III en V.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/47bb6ea951c0f80baceb7bb144e7b3230d16211e4d9009bee2cf40e00c00db1d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 47bb6ea951c0f80baceb7bb144e7b3230d16211e4d9009bee2cf40e00c00db1d, en de alinea staat in dat document op bytes 10717 tot 11495.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/47bb6ea951c0f80baceb7bb144e7b3230d16211e4d9009bee2cf40e00c00db1d | shasum -a 256