Citaat | Hoge Raad 7 mei 2002
Alinea 23 Hoge Raad 7 mei 2002
Een alinea uit Hoge Raad 7 mei 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE0537.
De voeging was toen slechts mogelijk op de terechtzitting in eerste aanleg door een mondelinge opgave door de beledigde partij, haar advocaat of haar daartoe bij bijzondere volmacht schriftelijk gemachtigde van de inhoud van de vordering, en wel uiterlijk vóór het requisitoir van de officier van justitie (art. 332, tweede lid, (oud) en 333 (oud) Sv). De beledigde partij was onbevoegd zich voor het eerst in hoger beroep in het strafgeding te voegen (art. 421 (oud) Sv). De strafrechter diende zich, voorzover hier aan de orde, onbevoegd te verklaren in geval die vordering een bedrag van ƒ 1.500,- te boven ging.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dd0a0bdfc29b6801aee9f5be5bd6431823afe6713eb421cfdd9e4a8954f16ece. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dd0a0bdfc29b6801aee9f5be5bd6431823afe6713eb421cfdd9e4a8954f16ece, en de alinea staat in dat document op bytes 8272 tot 8903.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dd0a0bdfc29b6801aee9f5be5bd6431823afe6713eb421cfdd9e4a8954f16ece | shasum -a 256