Citaat | Hoge Raad 7 mei 2002

Alinea 27 Hoge Raad 7 mei 2002

Een alinea uit Hoge Raad 7 mei 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE0537.

In aanmerking genomen dat uit de bewezenverklaring volgt dat de feiten waarvoor de verdachte is veroordeeld zijn begaan in de gemeente Zutphen vóór 1 april 1995, kan de bestreden uitspraak niet in stand blijven voorzover daarbij de vordering van de beledigde partij [slachtoffer 1] is toegewezen tot een bedrag van ƒ 10.000,- en voorzover daarbij op de voet van art. 36f Sr aan de verdachte is opgelegd de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [slachtoffer 1] van een bedrag van ƒ 10.000,-, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door honderd dagen hechtenis.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dd0a0bdfc29b6801aee9f5be5bd6431823afe6713eb421cfdd9e4a8954f16ece. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dd0a0bdfc29b6801aee9f5be5bd6431823afe6713eb421cfdd9e4a8954f16ece, en de alinea staat in dat document op bytes 9907 tot 10510.