Citaat | Hoge Raad 7 mei 2002
Alinea 29 Hoge Raad 7 mei 2002
Een alinea uit Hoge Raad 7 mei 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE0537.
4.5. Blijkens de stukken van het geding heeft de beledigde partij [slachtoffer 1] zich in eerste aanleg niet op de wijze als voorzien in art. 332 (oud) Sv in het strafgeding gevoegd door mondelinge opgave van de inhoud van de vordering ter terechtzitting, maar heeft het thans in gebruik zijnde formulier benut.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dd0a0bdfc29b6801aee9f5be5bd6431823afe6713eb421cfdd9e4a8954f16ece. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dd0a0bdfc29b6801aee9f5be5bd6431823afe6713eb421cfdd9e4a8954f16ece, en de alinea staat in dat document op bytes 10615 tot 10939.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dd0a0bdfc29b6801aee9f5be5bd6431823afe6713eb421cfdd9e4a8954f16ece | shasum -a 256