Citaat | Hoge Raad 24 september 2002

Alinea 47 Hoge Raad 24 september 2002

Een alinea uit Hoge Raad 24 september 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE0553.

3.10. Indien op het tijdstip dat een vervolging wordt aangevangen voor derden kenbaar is (bijvoorbeeld door publicatie in het Handelsregister) dat een rechtspersoon of een voor de toepassing van art. 51 Sr daarmee gelijkgestelde entiteit ontbonden is, moet het recht tot strafvordering tegen die rechtspersoon of die entiteit als vervallen worden beschouwd, onverminderd de bevoegdheid van het openbaar ministerie om ter zake van een door die rechtspersoon of voor de toepassing van art. 51 Sr daarmee gelijkgestelde entiteit begaan strafbaar feit een vervolging in te stellen tegen hen die tot dat feit opdracht hebben gegeven of feitelijke leiding hebben gegeven aan de verboden gedraging.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ddaf12cdb899ab42e48ba4016df11915ae87318e0c08002ecb4ffb5a95d7aae9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ddaf12cdb899ab42e48ba4016df11915ae87318e0c08002ecb4ffb5a95d7aae9, en de alinea staat in dat document op bytes 14161 tot 14866.