Citaat | Hoge Raad 24 september 2002
Alinea 50 Hoge Raad 24 september 2002
Een alinea uit Hoge Raad 24 september 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE0553.
3.11. In de onderhavige zaak is de verdachte een voor de toepassing van art. 51 Sr met een rechtspersoon gelijkgestelde entiteit, te weten een maatschap. Naar uit de overwegingen van het Hof moet worden afgeleid heeft ten aanzien van verdachtes onderneming geen inschrijving in het Handelsregister plaatsgevonden. Raadpleging van dat register zal derhalve geen uitsluitsel geven of de maatschap al dan niet ontbonden is. Evenmin heeft het Hof vastgesteld dat de ontbinding aan de Officier van Justitie vóór het instellen van de strafvervolging is bekendgemaakt. Onder die omstandigheden was de Officier van Justitie slechts gehouden tot een nader onderzoek van de vraag of de maatschap ontbonden was, indien uit de stukken ten tijde van het instellen van de strafvervolging het rechtstreekse en ernstige vermoeden rijst dat de maatschap voor het begin van de vervolging was ontbonden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ddaf12cdb899ab42e48ba4016df11915ae87318e0c08002ecb4ffb5a95d7aae9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ddaf12cdb899ab42e48ba4016df11915ae87318e0c08002ecb4ffb5a95d7aae9, en de alinea staat in dat document op bytes 15537 tot 16436.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ddaf12cdb899ab42e48ba4016df11915ae87318e0c08002ecb4ffb5a95d7aae9 | shasum -a 256