Citaat | Hoge Raad 14 juni 2002
Alinea 101 Hoge Raad 14 juni 2002
Een alinea uit Hoge Raad 14 juni 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE0629.
De gegrondbevinding van onderdeel 1 van het middel in het incidentele beroep brengt mee dat het arrest van het Hof vernietigd moet worden voorzover het is gewezen tussen de Staat en [eiser] c.s. De Hoge Raad kan zelf de zaak afdoen. NVV c.s. hebben gezamenlijke vorderingen ingesteld en hebben deze gebaseerd op gemeenschappelijke stellingen. Nu de klachten tegen de afwijzing van de vorderingen, voorzover ingesteld door NVV, ongegrond zijn bevonden, brengt de gegrondbevinding van onderdeel 1 van het middel in het incidentele beroep tevens mee dat de vorderingen ook moeten worden afgewezen voorzover ingesteld door [eiser] c.s. Het is in dit verband niet van belang dat art. 3:305a lid 5 niet van toepassing is op [eiser] c.s.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/688bfb6910ea03aa7590e00a3c0f2bff9df6c18463c2b686581e4a59764c01ee. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 688bfb6910ea03aa7590e00a3c0f2bff9df6c18463c2b686581e4a59764c01ee, en de alinea staat in dat document op bytes 29876 tot 30619.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/688bfb6910ea03aa7590e00a3c0f2bff9df6c18463c2b686581e4a59764c01ee | shasum -a 256