Citaat | Hoge Raad 14 juni 2002
Alinea 56 Hoge Raad 14 juni 2002
Een alinea uit Hoge Raad 14 juni 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE0629.
(i) In een door NVV c.s. tegen de Staat aangespannen bodemprocedure, kort gezegd gericht tegen de Wet herstructurering varkenshouderij (Whv), heeft de Rechtbank bij tussenvonnis van 23 december 1998 de zaak voor nader onderzoek aangehouden ten aanzien van de primaire, EG-rechtelijke grondslag van de vorderingen, doch wel reeds een definitief oordeel gegeven over de vraag of in casu sprake is van strijd met art. 1 van het Eerste Protocol bij het EVRM. In rov. 17 overweegt de Rechtbank te dien aanzien "reeds thans zonder voorbehoud dat indien de primaire vordering wordt afgewezen, de subsidiaire vordering zal worden toegewezen met dien verstande dat de rechtbank bij afwijzing van de primaire vordering zal bepalen dat hoofdstuk II t/m IV van de Whv buiten toepassing dienen te worden gelaten totdat zal zijn voorzien in een adequate schadevergoedingsregeling voor de eigenaren van mestproductierechten". Een beslissing op dit punt werd aangehouden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/688bfb6910ea03aa7590e00a3c0f2bff9df6c18463c2b686581e4a59764c01ee. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 688bfb6910ea03aa7590e00a3c0f2bff9df6c18463c2b686581e4a59764c01ee, en de alinea staat in dat document op bytes 11589 tot 12557.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/688bfb6910ea03aa7590e00a3c0f2bff9df6c18463c2b686581e4a59764c01ee | shasum -a 256