Citaat | Hoge Raad 14 juni 2002
Alinea 91 Hoge Raad 14 juni 2002
Een alinea uit Hoge Raad 14 juni 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE0629.
4.4 Onderdeel 4 keert zich tevergeefs tegen het hiervoor in 3.2.2 onder (4) weergegeven oordeel. Het betoogt in de eerste plaats dat met de strekking van art. 3:305a lid 5 niet verenigbaar is dat de veroordeelde partij het initiatief zou kunnen nemen om een belanghebbende te bewegen zich tegen de werking van het vonnis ten opzichte van hem te verzetten. Deze opvatting vindt evenwel geen steun in het recht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/688bfb6910ea03aa7590e00a3c0f2bff9df6c18463c2b686581e4a59764c01ee. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 688bfb6910ea03aa7590e00a3c0f2bff9df6c18463c2b686581e4a59764c01ee, en de alinea staat in dat document op bytes 26336 tot 26758.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/688bfb6910ea03aa7590e00a3c0f2bff9df6c18463c2b686581e4a59764c01ee | shasum -a 256