Citaat | Hoge Raad 14 juni 2002

Alinea 93 Hoge Raad 14 juni 2002

Een alinea uit Hoge Raad 14 juni 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE0629.

4.5 Onderdeel 5 is gericht tegen de in 3.2.2 onder (5) en (6) weergegeven oordelen van het Hof. De in dit onderdeel aangevoerde rechtsklachten komen, naar de kern genomen, erop neer dat de bestreden oordelen in het licht van de in het onderdeel gerelateerde, deels nieuwe, stellingen van NVV onjuist zijn. Aldus miskent het onderdeel dat 's Hofs oordelen in belangrijke mate berusten op afwegingen van feitelijke aard, die aan het Hof, als rechter die over de feiten oordeelt, zijn voorbehouden, en dat 's Hofs oordeel derhalve in cassatie slechts in beperkte mate op juistheid kan worden getoetst. Daarbij verdient opmerking dat het Hof klaarblijkelijk in zijn oordeel heeft betrokken dat de Staat aan de gewraakte termijn geen fatale gevolgen heeft verbonden en aldus van een onaanvaardbare druk geen sprake kon zijn. De klachten, die hieraan voorbij zien, zijn derhalve tevergeefs voogesteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/688bfb6910ea03aa7590e00a3c0f2bff9df6c18463c2b686581e4a59764c01ee. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 688bfb6910ea03aa7590e00a3c0f2bff9df6c18463c2b686581e4a59764c01ee, en de alinea staat in dat document op bytes 27146 tot 28054.