Citaat | Hoge Raad 14 juni 2002
Alinea 98 Hoge Raad 14 juni 2002
Een alinea uit Hoge Raad 14 juni 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE0629.
Het houdt in de eerste plaats de klacht in dat het Hof heeft miskend dat de omstandigheid dat art. 3:305a lid 5 BW als zodanig niet op [eiser] c.s. van toepassing is, niet eraan in de weg staat dat zij desgewenst konden afzien van de werking van het vonnis van de President. Deze klacht slaagt. Degene die een veroordelend vonnis tegen een ander heeft verkregen, kan, wanneer het gaat om rechten waarover hij de vrije beschikking heeft, in beginsel afzien van de uitoefening van de rechten die het vonnis hem geeft, en kan daarvan in beginsel ook afstand doen. Het staat de wederpartij in beginsel vrij hem op die mogelijkheid te wijzen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/688bfb6910ea03aa7590e00a3c0f2bff9df6c18463c2b686581e4a59764c01ee. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 688bfb6910ea03aa7590e00a3c0f2bff9df6c18463c2b686581e4a59764c01ee, en de alinea staat in dat document op bytes 29000 tot 29650.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/688bfb6910ea03aa7590e00a3c0f2bff9df6c18463c2b686581e4a59764c01ee | shasum -a 256