Citaat | Hoge Raad 31 mei 2002

Alinea 54 Hoge Raad 31 mei 2002

Een alinea uit Hoge Raad 31 mei 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE0631.

Het Hof heeft echter terecht geoordeeld dat de op art. 2 VOA gebaseerde verhaalsvordering voor de beantwoording van de vraag, welke verjaringstermijn moet gelden, dient te worden gekwalificeerd als een vordering tot vergoeding van schade als bedoeld in art. 3:310 BW. Immers het verhaalsrecht van het verhalend lichaam mag ingevolge de bepaling van art. 3 VOA niet ertoe leiden dat de laedens in een slechtere positie komt te verkeren dan waarin hij zou hebben verkeerd ingeval hij door de getroffene zelf tot schadevergoeding zou zijn aangesproken en zulks niet alleen geldt voor de hoogte van de vordering doch ook voor de beantwoording van de vraag aan welke verjaringstermijn de verhaalsvordering is onderworpen. Het Hof is derhalve uitgegaan van een juiste rechtsopvatting. Het middel faalt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2e93c00c4101a0862b80189914d863dd827428bad248908df6ad856218cc568e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2e93c00c4101a0862b80189914d863dd827428bad248908df6ad856218cc568e, en de alinea staat in dat document op bytes 15523 tot 16332.