Citaat | Hoge Raad 31 mei 2002

Alinea 63 Hoge Raad 31 mei 2002

Een alinea uit Hoge Raad 31 mei 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE0632.

3.3.3 De klacht kan bij gebrek aan belang evenwel niet tot cassatie leiden. Nu Universal in hoger beroep tegen het desbetreffende oordeel van de Kantonrechter geen grief had gericht, was de rechtsstrijd in hoger beroep, naar de Rechtbank klaarblijkelijk en niet onbegrijpelijk heeft geoordeeld, te dezer zake beperkt tot de vraag of, uitgaande van de niet betwiste gelding van art. 6 EVO, rechtsgeldig was gekozen voor toepasselijkheid van Schots recht, welke vraag door Universal bevestigend werd beantwoord op de grond dat - anders dan de Kantonrechter had geoordeeld - [verweerster] haar arbeid niet gewoonlijk in Nederland verrichtte. De Rechtbank had dus niet de vrijheid in te gaan op, en anders te beslissen over, de vraag of het EVO van toepassing is, nu partijen deze vraag niet aan het oordeel van de Rechtbank hadden onderworpen en het geen onderwerp van openbare orde betrof.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/60006c83c1b55e768ea9607dbb1f154d6cbb508488bcf92c4cd72e8af01f2f77. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 60006c83c1b55e768ea9607dbb1f154d6cbb508488bcf92c4cd72e8af01f2f77, en de alinea staat in dat document op bytes 12253 tot 13153.