Citaat | Hoge Raad 31 mei 2002
Alinea 64 Hoge Raad 31 mei 2002
Een alinea uit Hoge Raad 31 mei 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE0632.
3.4 Het subsidiair voorgestelde onderdeel II (verdeeld in 2.1 tot en met 2.5) van het middel klaagt dat de Rechtbank bij de beantwoording van de in verband met de toepassing van art. 6 lid 2, aanhef en onder a, EVO van belang zijnde vraag in welk land [verweerster] ter uitvoering van de arbeidsovereenkomst gewoonlijk haar arbeid heeft verricht, ten onrechte de arbeid verricht in de periode van 14 februari 1991 tot en met 31 januari 1993 op het Nederlandse deel van het continentaal plateau (onderdeel 2.2) en in de periode van 8 november 1995 tot 21 april 1997 aan boord van booreilanden c.q. gaswinningsinstallaties die toen ter reparatie lagen afgemeerd bij een werf in Nederland (onderdeel 2.3), gelijkgesteld heeft met arbeid verricht in Nederland. Op grond daarvan is het oordeel dat [verweerster] haar arbeid gewoonlijk in Nederland verrichtte, volgens onderdeel 2.4 onbegrijpelijk en had de Rechtbank tot de toepasselijkheid van de dwingende bepalingen van Schots recht moeten concluderen (onderdeel 2.5).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/60006c83c1b55e768ea9607dbb1f154d6cbb508488bcf92c4cd72e8af01f2f77. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 60006c83c1b55e768ea9607dbb1f154d6cbb508488bcf92c4cd72e8af01f2f77, en de alinea staat in dat document op bytes 13173 tot 14202.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/60006c83c1b55e768ea9607dbb1f154d6cbb508488bcf92c4cd72e8af01f2f77 | shasum -a 256