Citaat | Hoge Raad 7 juni 2002

Alinea 53 Hoge Raad 7 juni 2002

Een alinea uit Hoge Raad 7 juni 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE0644.

3.5 Middel II voert terecht aan dat voor het antwoord op de vraag of de inconveniëntentoeslag in de suppletie dient te worden betrokken, niet doorslaggevend is dat in art. 19 lid 1 van de CAO is bepaald dat die toeslag toekomt aan de werknemer die daadwerkelijk de daar genoemde werkzaamheden verricht. Beslissend is dat volgens art. 39 lid 3 van de CAO in dit artikel onder loon wordt verstaan het bedrag dat de betrokken werknemer gemiddeld per dag netto heeft verdiend in de 13 weken die zijn voorafgegaan aan de week waarin de werknemer arbeidsongeschikt werd met inbegrip van verdiensten op grond van regelmatig overwerk en met uitzondering van vakantietoeslag, eindejaarsuitkering en eventuele eenmalige uitkeringen. De Rechtbank is dus uitgegaan van een onjuiste rechtsopvatting. Middel II slaagt derhalve evenzo.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/70ae6d84ee9978ff778e50524da778dfc28e9552a52c81e71957338a6bf246a5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 70ae6d84ee9978ff778e50524da778dfc28e9552a52c81e71957338a6bf246a5, en de alinea staat in dat document op bytes 14621 tot 15455.