Citaat | Hoge Raad 7 juni 2002
Alinea 49 Hoge Raad 7 juni 2002
Een alinea uit Hoge Raad 7 juni 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE0645.
3.2 [Eiser] heeft in het onderhavige geding schadevergoeding gevorderd ter zake van onregelmatige beëindiging (art. 7:680 lid 1 BW) alsmede ter zake van kennelijk onredelijke beëindiging (art. 7:681 BW) van de arbeidsovereenkomst. De Rechtbank heeft geoordeeld dat [eiser] in zijn vordering niet kan worden ontvangen op de grond dat, kort weergegeven, weliswaar een werknemer in het algemeen van een beroep op nietigheid van een ontslag op staande voet kan terugkomen, maar dat in het onderhavige geval sprake is van bijzondere omstandigheden die hieraan in de weg staan, te weten dat "in de onderhavige kwestie tussen partijen al twee rechterlijke uitspraken zijn gedaan". Behandeling van de vordering tot schadevergoeding van [eiser] zou, aldus de Rechtbank, in strijd zijn met het gesloten stelsel van rechtsmiddelen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b53e3baadc87c04d3dedd12be27877ddc82c2cfc7fd2f96f99b70b99fe547545. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b53e3baadc87c04d3dedd12be27877ddc82c2cfc7fd2f96f99b70b99fe547545, en de alinea staat in dat document op bytes 11048 tot 11883.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b53e3baadc87c04d3dedd12be27877ddc82c2cfc7fd2f96f99b70b99fe547545 | shasum -a 256