Citaat | Hoge Raad 14 juni 2002
Alinea 33 Hoge Raad 14 juni 2002
Een alinea uit Hoge Raad 14 juni 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE0657.
3.4 Het onderdeel wordt terecht voorgesteld. De verbintenis van Geldnet waarom het hier gaat, strekte tot vervoer en opslag van geld van Kwantum en bij de uitvoering van die verbintenis is [betrokkene] niet door Geldnet ingeschakeld. Dat [betrokkene], als lid van het personeel van Geldnet, wel door haar werd ingeschakeld voor de uitvoering van andere verbintenissen en uit dien hoofde toegang had tot het depot van Geldnet, maakt dat niet anders. Mede gelet op de geschiedenis van de totstandkoming van art. 6:76, zoals weergegeven in de conclusie van de Procureur-Generaal onder 6, moet de kring van personen waarop deze bepaling betrekking heeft, niet ruim worden getrokken en bestaat - overeenkomstig de tekst - alleen aansprakelijkheid op grond van deze bepaling voor personen van wie de hulp wordt gebruikt bij de uitvoering van de verbintenis ten aanzien waarvan de aansprakelijkheid in het geding is. De bestreden overweging van het Hof berust dan ook op een onjuiste rechtsopvatting.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/81c9cd0bbfe8fb09db3248db4d8128b04c74aa5238de76f2968a5ced5fd7ad78. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 81c9cd0bbfe8fb09db3248db4d8128b04c74aa5238de76f2968a5ced5fd7ad78, en de alinea staat in dat document op bytes 9868 tot 10874.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/81c9cd0bbfe8fb09db3248db4d8128b04c74aa5238de76f2968a5ced5fd7ad78 | shasum -a 256