Citaat | Hoge Raad 14 juni 2002
Alinea 42 Hoge Raad 14 juni 2002
Een alinea uit Hoge Raad 14 juni 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE0660.
3.6 Onderdeel 1.4 neemt kennelijk tot uitgangspunt dat een geldvordering in kort geding niet toewijsbaar is indien de eisende partij in een financiële noodsituatie verkeert, omdat het restitutierisico in een dergelijk geval te groot zou zijn. Dit uitgangspunt kan niet als juist worden aanvaard. Juist die financiële noodsituatie is een van de omstandigheden die de eisende partij het vereiste spoedeisende belang kan verschaffen om in kort geding een geldvordering in te stellen. Wel zal de president, als gezegd, bij de beoordeling van de vraag of de vordering toewijsbaar is het restitutierisico als een van de in aanmerking te nemen factoren hebben te betrekken. Het onderdeel faalt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9bcfccceb15739d4825a5d730e77311e66cccb2f2e678adc3760f92f92e6397c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9bcfccceb15739d4825a5d730e77311e66cccb2f2e678adc3760f92f92e6397c, en de alinea staat in dat document op bytes 11198 tot 11900.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9bcfccceb15739d4825a5d730e77311e66cccb2f2e678adc3760f92f92e6397c | shasum -a 256