Citaat | Hoge Raad 14 juni 2002

Alinea 39 Hoge Raad 14 juni 2002

Een alinea uit Hoge Raad 14 juni 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE0739.

De daarin vervatte oordelen zijn onbegrijpelijk in het licht van de inhoud van het door de man bij memorie van grieven gedane bewijsaanbod, in de conclusie van de Advocaat-Generaal weergegeven onder 2.11. Dit bewijsaanbod houdt immers ten aanzien van drie van de door de man genoemde getuigen in dat zij ten aanzien van de samenleving van de vrouw en [betrokkene 1] méér kunnen verklaren dan alleen dat dezen samenwonen, en hetgeen de getuigen volgens het bewijsaanbod in dit opzicht zouden kunnen verklaren, zou rechtens in beginsel kunnen bijdragen tot het bewijs dat de vrouw en [betrokkene 1] samenleven als waren zij gehuwd. Voorzover het Hof een verdergaande specificatie van het bewijsaanbod heeft vereist, heeft het blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/682ad818efb905075ad8d5795ab5cdf30bf3fc810e58548918e464e501096f9f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 682ad818efb905075ad8d5795ab5cdf30bf3fc810e58548918e464e501096f9f, en de alinea staat in dat document op bytes 10603 tot 11389.