Citaat | Hoge Raad 31 mei 2002

Alinea 28 Hoge Raad 31 mei 2002

Een alinea uit Hoge Raad 31 mei 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE0745.

Nadat verweerder in cassatie sub 3, hierna: [verweerder 3], met toestemming van verzoekster [het kind] had erkend, heeft verweerder bij brief van 4 oktober 2000 zijn verzoek vermeerderd en verzocht de aan [verweerder 3] verleende toestemming tot erkenning niet-rechtsgeldig te verklaren, subsidiair de nietigheid van de erkenning vast te stellen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a0d87713e423a4cf0828e477fc8384bc7feec4cbce3ef41bc77375a84df3f763. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a0d87713e423a4cf0828e477fc8384bc7feec4cbce3ef41bc77375a84df3f763, en de alinea staat in dat document op bytes 6673 tot 7032.