Citaat | Hoge Raad 31 mei 2002
Alinea 39 Hoge Raad 31 mei 2002
Een alinea uit Hoge Raad 31 mei 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE0746.
3.2 Uit het in 3.1 overwogene en de stukken van het geding in de feitelijke instanties blijkt het volgende. De Rechtbank heeft [verzoeker] zonder meer ontvankelijk geacht in zijn verzoek. De Gemeente heeft zich noch in eerste aanleg noch in hoger beroep beroepen op niet-ontvankelijkheid van [verzoeker] in zijn beroep bij de Rechtbank. Het Hof constateert zelf dat het aan de Sector Bestuursrecht van de Rechtbank gerichte verzoekschrift is gedateerd op 20 april 2000. Het Hof heeft niet zelf geverifieerd op welk tijdstip het inleidend verzoekschrift ter griffie van de Rechtbank is ingekomen, doch is uitsluitend afgegaan op de vaststelling van de Rechtbank dienaangaande. In het proces-verbaal van de zitting van het Hof is vermeld dat het beroep twee dagen te laat lijkt te zijn ingediend.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/20fe4a1630519da3cfabf57d97d8c7783996a8c2059b5293054f5bd8f2c329fb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 20fe4a1630519da3cfabf57d97d8c7783996a8c2059b5293054f5bd8f2c329fb, en de alinea staat in dat document op bytes 11369 tot 12177.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/20fe4a1630519da3cfabf57d97d8c7783996a8c2059b5293054f5bd8f2c329fb | shasum -a 256