Citaat | Hoge Raad 31 mei 2002

Alinea 23 Hoge Raad 31 mei 2002

Een alinea uit Hoge Raad 31 mei 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE0748.

Wat dat betreft heeft de man, voor zover in cassatie van belang, het Hof verzocht te bepalen primair dat zich in zijn onderneming geen goodwill bevindt die voor verdeling dan wel verrekening in aanmerking komt en de vrouw te veroordelen het inmiddels voldane bedrag ad ƒ 373.000,-- aan de man terug te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum dat de vrouw het bedrag heeft ontvangen tot de dag der algehele voldoening, subsidiair dat een deskundige aan de hand van hetgeen hij heeft gesteld dient te berekenen welk bedrag aan goodwill voor verdeling dan wel verrekening in aanmerking komt, waarbij de kosten van het deskundigenonderzoek tussen partijen dienen te worden gedeeld. De vrouw heeft in het principale appel verzocht het verzoek van de man af te wijzen. In het incidentele appel heeft zij verzocht de beschikking waarvan beroep te vernietigen voor zover deze betrekking heeft op de betaling van de man aan haar van ƒ 373.000,-- ter zake van zakelijke goodwill en de man te veroordelen haar een bedrag uit te keren van ƒ 1.119.000,-- wegens goodwill, te vermeerderen met de wettelijke rente te rekenen met ingang van 22 oktober 1999, althans met ingang van 5 april 2000.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2105544df76c3704228e0fa6a51fff20a7e2fb6a8068bfa28df728ca7328f69e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2105544df76c3704228e0fa6a51fff20a7e2fb6a8068bfa28df728ca7328f69e, en de alinea staat in dat document op bytes 6858 tot 8073.