Citaat | Hoge Raad 31 mei 2002

Alinea 34 Hoge Raad 31 mei 2002

Een alinea uit Hoge Raad 31 mei 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE0748.

3.2.2 In onderdeel 1 wordt tegen dit oordeel aangevoerd dat de winstcapaciteit van de maatschap waarin de man deelgenoot is, ten gevolge van grote naamsbekendheid, de aard van de uitgeoefende praktijk, de omvang van het cliëntenbestand, het feit dat de cliënten 'van' het kantoor zijn en niet van de individuele maat, alsmede de kantoororganisatie en het personeelsbestand van de maatschap, groter is dan de winstcapaciteit van de individuele maten tezamen. In de waarde van deze goodwill van de maatschap is de man deelgerechtigd en zijn aandeel in deze goodwill komt in aanmerking voor verdeling althans verrekening bij de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap, aldus het onderdeel. Dit betoog faalt echter: de hier bedoelde omstandigheden brengen niet mee dat een mogelijk daaruit voortvloeiende waarde van het aandeel van de man in de maatschap - voor zover hoger dan de waarde van zijn deelneming in die maatschap zoals begrepen in het in de verdeling betrokken kapitaal van zijn advocatenpraktijk - bij zijn leven of overlijden kan worden gerealiseerd en dat is, zoals hiervoor overwogen, beslissend.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2105544df76c3704228e0fa6a51fff20a7e2fb6a8068bfa28df728ca7328f69e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2105544df76c3704228e0fa6a51fff20a7e2fb6a8068bfa28df728ca7328f69e, en de alinea staat in dat document op bytes 11276 tot 12405.