Citaat | Hoge Raad 31 mei 2002
Alinea 43 Hoge Raad 31 mei 2002
Een alinea uit Hoge Raad 31 mei 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE0748.
3.4.4 Bij de verwerping van dit betoog heeft het Hof kennelijk tot uitgangspunt genomen dat ook uit de eisen van redelijkheid en billijkheid, die de verhouding tussen partijen beheersen, geen aanspraak op verrekening van, kort gezegd, niet te realiseren goodwill voortvloeit. Dat uitgangspunt is, gelet op hetgeen hiervoor in 3.2.1 is overwogen, juist. In aanmerking genomen het - naar volgt uit hetgeen hiervoor in 3.2.3 is overwogen in cassatie tevergeefs bestreden - oordeel van het Hof over de strekking van de inverdienregeling, is het oordeel dat de in dit geval door de vrouw aangevoerde en ten processe gebleken feiten geen afwijking van dat uitgangspunt rechtvaardigen, niet onbegrijpelijk noch ontoereikend gemotiveerd. Voor het overige kan dit met feitelijke waarderingen verweven oordeel in cassatie niet op juistheid worden getoetst. Het onderdeel faalt dan ook.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2105544df76c3704228e0fa6a51fff20a7e2fb6a8068bfa28df728ca7328f69e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2105544df76c3704228e0fa6a51fff20a7e2fb6a8068bfa28df728ca7328f69e, en de alinea staat in dat document op bytes 16344 tot 17232.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2105544df76c3704228e0fa6a51fff20a7e2fb6a8068bfa28df728ca7328f69e | shasum -a 256