Citaat | Hoge Raad 28 mei 2002
Alinea 34 Hoge Raad 28 mei 2002
Een alinea uit Hoge Raad 28 mei 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE1182.
Dat wordt niet anders doordien in een geval van voordeelsontneming de rechter de omvang ervan mag schatten omdat die schatting immers eveneens haar grondslag moet vinden in wettige bewijsmiddelen. Dat wordt ook niet anders doordien ter zake van het bewijs minder strenge voorschriften gelden dan wanneer de vraag aan de orde is of een verdachte een hem tenlastegelegd feit al of niet heeft begaan. Dat wordt tenslotte ook niet anders in het - zich te dezen overigens niet voordoende - geval van toepassing van artikel 36e lid 4 [de Hoge Raad leest: lid 3] van het Wetboek van Strafrecht zoals dat is beschreven in de door de advocaat-generaal overgelegde 'Richtlijn voor strafvordering ontneming' van 7 juli 1998 (Stcrt. 1998, 164), omdat in die beschrijving aan de hiervoor vermelde vraag van de oorsprong van vermogenstoename geen aandacht wordt besteed en kennelijk het strafrechtelijk karakter van de vermogenstoename als uitgangspunt wordt genomen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a2ba1f0d5c786bd6362786ea79bab51dd20686f14f525589357598cc3334bbf4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a2ba1f0d5c786bd6362786ea79bab51dd20686f14f525589357598cc3334bbf4, en de alinea staat in dat document op bytes 12427 tot 13393.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a2ba1f0d5c786bd6362786ea79bab51dd20686f14f525589357598cc3334bbf4 | shasum -a 256